|
Je leeft je eigen leven wat zij er ook van vindt Je bent al lang geen kind meer al blijf je ook haar kind Je wilt 'r over praten, maar niet op haar manier Je zult haar best verdriet doen maar niet voor je plezier Wat moet je nog met haar en met haar ouderlijk gezag En dan opeens dan is 'ie er, die dag De dag waarop je moeder sterft, dat jij wordt losgelaten En al haar eigenschappen erft, die jij zo in haar haatte De scherpe tong, de bokkepruik, de zure schooljuffrouw Die zullen ze dan binnenkort herkennen...
|